Taille Meting

Heeft u een verhoogd gezondheid risico?

Een eenvoudige manier om uw gezondheidsrisico (als gevolg van overgewicht) te bepalen is door uw tailleomvang te meten. Studies hebben aangetoond dat vet rond uw buik meer geassocieerd kan worden met zieken zoals diabetes en hartziekten dan met vet op andere plaatsen. Daarom is het belangrijk om uw tailleomvang te kennen om te weten te komen of u een verhoogd risico heeft.

Om te meten, neem een meetlint en meet het smalste gedeelte van uw taille. Dit is meestal boven uw navel. Voor mannen is een tailleomvang van minder dan 102 cm normaal, voor vrouwen is een tailleomvang van minder dan 88 cm normaal.

Gezondheidsrisico's* door BMI en tailleomvang.

 

BMI

Obesitas klasse

Mannen=102cm
Vrouwen = 88 cm

Ondergewicht

< 18.5

   

Normaal

18.5 - 24.9

   

Overgewicht

25.0 - 29.9

 

Toegenomen

Obesitas

30 - 34.9

I

Hoog

 

35.0 - 39.9

II

Erg hoog

Extreme Obesitas

40.0 +

III

Extreem hoog

 

* Gezondheidsrisico voor type 2 diabetes, verhoogde bloeddruk en hartziekten
+ Een verhoogde tailleomvang kan ook een verhoogd gezondheidsrisico betekenen zelfs als uw gewicht normaal is.

U heeft wellicht wel eens gehoord dat de vorm van mensen soms wordt aangeduid als "appel" of "peer". Dit verwijst naar de vet distributie. Mensen met een appel-vorm hebben het vet rond hun buik zitten, terwijl mensen met een peer-vorm het vet rond hun billen en dijen hebben zitten. Als u een appel-vorm heeft, loopt u hoger risico voor ziekten als diabetes, verhoogde bloeddruketc. Het goed nieuws is dat appelvormige mensen makkelijker gewicht verliezen dan de peervormige.

Als u een verhoogd gezondheidsrisico heeft – neem actie! Starten is het moeilijkste deel, maar als u eenmaal bezig bent is het makkelijker dan u denkt! En de (gezondheid)voordelen zijn enorm!

De keerzijde van veel te weinig kcal: moeilijker op gewicht te blijven.
Je lichaamsgewicht bepaalt voor een groot deel je energiebehoefte voor de ruststofwisseling. De ruststofwisseling is je energieverbruik in ruststand. Verge­lijk het met een computer die op stand-by staat. Zo’n computer gebruikt toch elektriciteit en alles werkt, ook al gebruik je hem niet actief.

Daarnaast speelt ook de verhouding  tussen vet en spierweefsel een rol in je energiebehoefte. Spierweefsel verbruikt meer energie dan vetweefsel. Heb je meer spieren dan heb je dus ook in ruststand meer energie nodig. Dat verklaart waarom mannen meer energie verbruiken dan vrouwen.  En waarom je minder energie nodig heeft als je ouder wordt: oudere mensen hebben relatief meer vetweefsel en minder spierweefsel. Als je heel weinig kcal eet en drinkt, daalt je gewicht snel en past je ruststofwisseling zich aan. Door je lagere gewicht heb je weer minder kcal (energie) nodig. Met hetzelfde aantal kcal in je eten en drinken val je op den duur dus minder snel af. Ga je na een periode van erg weinig eten weer meer eten, dan is je stofwisseling helaas niet direct weer terug op het oude niveau, dat duurt een hele tijd. Je komt weer snel aan in gewicht. Val je geleidelijk af, dan is het effect op de stofwisseling minder groot.